FAMILIALE GROSSIERS REAGEREN FEL TEGEN OPINIESTUK OVER DE TOEKOMST VAN DE GROSSIERSMARKT

Op 2 februari publiceerde Foodservice Alliance een expert opinie van Gert Laurijssen met de titel "De Belgische grossiersmarkt kantelt". Op dat artikel kwamen maar liefst een honderdtal positieve reacties. Maar niet iedereen lijkt akkoord te gaan met de gemaakte analyse. "Een aantal familiale grossiers" kropen samen in de pen en schreven een anonieme brief. Aangezien Foodservice Alliance een kennisnetwerk is voor alle bedrijven in de Belgische foodservice markt en open staat voor alle opinies, willen we deze brief graag integraal publiceren. 

 

Open brief van een aantal familiale grossiers:

De liefde voor het vak kent geen beurskoers

Als we de onheilsprofeten mogen geloven, dan is het op korte termijn afgelopen met de familiale horecagrossiers. We worden volgens deze zieners allemaal binnen de kortste keren uit de markt gewerkt door de beursgenoteerde jongens of de hypermarkten. We zijn niet relevant genoeg, niet hip, te klein en ga zo maar door.

Je zou gaan denken dat je na zo’n analyses als familiale grossier in een hoekje gaat zitten janken. Of tegen de grote jongens gaat aanschurken in de hoop om je handeltje nog snel voor een aalmoes over te laten. 

Heeft u er al zo’n wanhopige familiale ondernemer ontmoet? Waarschijnlijk niet.

Hoe dan ook. We maken ons vandaag niet meer of minder zorgen dan gisteren of eergisteren. Een onheilsprofeet meer of minder, maakt het verschil niet. Al sinds mensenheugnis wordt onze sector gekenmerkt door pittige concurrentie en permanente verandering. En wie heeft al die stormen steeds getrotseerd? Juist. Remember de komst van Mc Donalds en C°. Het einde der tijden voor onze sector was nabij…. Tot spijt van wie het benijdt: de familiale grossier is er nog altijd.

Niet toevallig kwamen de familiale horecagrossiers al jaren geleden op de gedachte om zicht te groeperen. Dat leidde tot aankoopgroeperingen en allianties die een aankoopvolume bundelen dat zich perfect kan meten met dat van de grootste spelers. De familiale grossier weet beter dan wie ook dat prijs een doorslaggevend argument is in de markt. Op dat punt waren we al gewapend lang voor er sprake was van een Nederlandse groep die met veel lawaai de Vlaamse markt op wil.

Natuurlijk is succes uit het verleden geen garantie voor overleving in de toekomst. Maar survivalexperten zoals de familiale grossiers te snel afschrijven, lijkt ons ook weer niet snugger. Natuurlijk is voor ons stilstaan ook achteruit gaan. We beseffen meer dan ooit dat we antwoorden moeten zoeken op trends in de markt. We moeten mee op sociale media, we moeten ook digitaal gaan handelen. Velen van ons zijn daar overigens al een hele tijd mee bezig. We moeten op zoek naar efficiëntie, schaalvoordeel, vernieuwing. Yes we can.

Maar wat de onheilsprofeten steeds weer vergeten is ons unieke karakter. Onze eigenheid is onze oprechte en eerlijke verbondenheid met de sector. We spreken de taal van onze klant en (her)kennen de dagelijkse zorgen van de horeca-ondernemer. Wij zijn geen eindproduct van een steriele economische opleiding waar alles te herleiden is tot grafieken en statistieken. We zijn het resultaat van ons eigen werk en ervaring. Wij weten wat het is om te mislukken en te herbeginnen.

We kennen de hindernissen waar onze klanten mee geconfronteerd worden. We kennen vaak de antwoorden op de vragen waar zij mee worstelen. Voor veel klanten zijn we zoveel meer dan een leverancier. We zijn in zekere zin hun juridische adviseur, hun eerstelijnsfiscalist, hun interieurdeskundige en hun marketingadviseur. Alleen gebruiken we daar geen dure woorden voor. En sturen we voor al dat advies ook geen factuur.

Laat de onheilsprofeten maar neerbuigend spotten met de grossier die op zondag nog een onverwachte levering naar een klant brengt. We doen dit niet omdat we het moeten. Dit is wat we willen doen. En graag doen. Een klant in nood is voor ons nu eenmaal geen lastig dossier. Geen nummer. Wel een mens die we graag verder helpen. 

De liefde voor het vak kent geen beurskoers. Vermoedelijk is onze betrokkenheid geen aandeel op de beurs waard. Maar niet voor niets spreken we in de volksmond over ‘spelen op de beurs’. Voor ons is ons vak geen spelletje. In tegenstelling met het management van de grote jongens, zijn wij met onze eigen centen bezig en niet met die van een onbekende investeerder. En dat weten onze klanten maar al te goed.

We maken ons geen illusies. Naïef zijn we evenmin. Natuurlijk gaan onze klanten als eens shoppen bij de grote jongens. Het zouden slechte ondernemers zijn als ze niet af en toe eens over de muur keken. Maar wij zijn er zeker van: ze blijven bij hun vertrouwensman of vrouw voor de kern van hun activiteiten, zolang wij oprecht en actief meedenken met hun zaak. Want voor het prijsverschil op de pure producten hoeven ze heus niet elders te zijn.  De ‘producten’ vakkennis, liefde voor het vak en betrokkenheid vind je daarentegen niet in de rekken van de supermarkt. Logisch. Ze zijn van onschatbare waarde.

En tenslotte: we zijn geen chauvinisten of nationalisten. Maar mogen we als professional toch nog deze vraag stellen. Waar is onze handel het meest mee gebaat. Ondernemers die hier uitgeven en herinvesteren? Of aandeelhouders die overal ter wereld zomaar hun jaarlijks dividend opstrijken? U kent het antwoord ook.

Getekend, 

een groep van familiale grossiers

 

Voor wie het opiniestuk van Gert Laurijssen nog niet had gelezen: 

Je vindt het HIER

0 Comments