Einde aan wurgcontracten in de horeca?

Wurgcontracten in de horeca? Als het aan Meerderheidspartij sp.a ligt, wordt er komaf mee gemaakt. Dat in heel wat horecazaken de eigenaars van de huurpanden bepalen wat er tegen welke prijs gedronken wordt, is de partij een doorn in het oog. Een nieuwe wet moet dit probleem oplossen.

 

Brouwerijcontracten blijven voor discussies zorgen. Ondertekent een uitbater zo een contract, dan stemt deze in om een pand te huren en zich te houden aan een gelimiteerde selectie van dranken en versnaperingen. Bovendien moet er een afgesproken hoeveelheid per jaar afgenomen worden. Dit alles ter compensatie van de investeringen die de eigenaar doet. Denk maar aan meubilair, terrassen, … An sich is hier niets mis mee, maar het risico van wurgcontracten loert om de hoek.

 

Een contract met brouwer is vaak nadelig

 

Zo betaalt een café onder contract ongeveer 20 à 22 euro voor een bak pils, terwijl deze in de supermarkt vaak al voor 8 à 10 euro te koop is. Nu sp.a in de meerderheid zit, ziet de partij een kans om hier een einde aan te maken en de afnameverplichting los te koppelen van de huur. “De meeste uitbaters zijn immers geen eigenaar van hun pand, maar huren dit van een brouwerij of bierhandel. Afnameverplichtingen zijn dan ook vaste kost in huurovereenkomsten, iets wat ervoor zorgt dat de cafébaas aan handen en voeten gebonden is en niet kan kiezen welke producten er verkocht worden en aan welke prijs hij aankoopt. Horecazaken met een brouwerijcontract betalen vaak heel wat meer dan vrije cafébazen, wat hun concurrentiepositie in gedrang brengt”, geeft Melissa Depraetere, sp.a-fractieleider in de Kamer aan.

 

In de horeca kost een product in grote hoeveelheid, vaak meer dan het equivalent in een kleine hoeveelheid, een unicum. “Bovendien zijn de contracten een juridisch kluwen en zorgen ze voor ongezonde situaties. Als het café niet genoeg afneemt, kan het contract van de eigenaar eenzijdig opgezegd worden. De café-uitbater is op dat moment niet enkel zijn zaak kwijt, maar ook alle investeringen die zijn gemaakt, want lang niet alle investeringen worden door de brouwers gedragen.”

 

Uitbater vaak met rug tegen de muur

 

Hoewel een café-uitbater vrij kan kiezen of hij een handtekening zet of niet, kan hij in de praktijk vaak niet anders. “Als je een café op een goede locatie wil, is er vaak geen andere optie”, volgens Filip Jans, uitbater van het Brusselse café Monk. “Vandaag de dag moet je zowat zo goed als alles afnemen bij de brouwer: frisdrank, speciaalbieren, water, wijnen tot zelfs het wc-papier.”

 

Vier op de vijf cafés hebben een brouwerijcontract en Primus-Haacht, Horeca Logistic Services, Alken-Maes, AB Inbev en Duvel-Moortgat hebben deze markt in handen. Heel wat brouwerijen spelen het fair, maar er zijn ook wurgcontracten. Er zijn ook drankenhandelaars met panden en die investeren het minst en nemen de grootste marges. “De vrije markt wordt op deze manier beperkt en het maakt een pintje te duur. Het zou goedkoper kunnen als het allemaal eerlijker zou verlopen”, geeft Filip mee.

 

Heel wat kleine micro-brouwerijen krijgen op deze manier geen kans

 

“Exclusiviteitscontracten belemmeren de toegang tot de markt”, geeft Depraetere aan. “Kleine brouwerijen zijn daar de dupe van. We willen die exclusiviteit inperken.” Toch hoor je ook andere geluiden. “Akkoord, het is vechten om een plekje in een café, maar het lukt. Er is veel rommel op de markt, maar voor kwaliteit is er wel plaats. Bovendien als je alles zelf bekostigt, ben je zo vrij als een vogel. Er is een groot verschil tussen België en Nederland. Bij onze noorderburen is een café een echt bedrijf, terwijl hier heel wat mensen zonder iets in handen te hebben een café starten en voor alles op de brouwerij rekenen. Logisch dat je dan gebonden bent”, geeft de eigenaar van een middelgrote brouwerij aan.

 

“Ja, ik schrik vaak van de prijsverschillen, anderzijds, heel wat cafés overleven nu dankzij de brouwerijen”, geeft een Antwerpse cafébaas mee. “Mijn cash is alvast op en gelukkig krijg ik van de brouwerij een huurkorting. Moest mijn zaak op de fles gaan, dan ben ik zo’n 400.000 euro kwijt aan investeringen.”

 

Goede cafés onder vuur

 

Volgens Filip Jans van Café Monk speelt er wel een pervers systeem. “De goed draaiende cafés zitten vandaag ook in de penarie. Het zijn immers de eigenaars van de panden die die de winst opstrijken als er een zaak over kop gaat. Bij een faillissement houden ze de huurwaarborg en aangezien het vaak om toppanden gaat, is een nieuwe uitbater snel gevonden. Een drempelvergoeding van 100.000 euro en meer om het pand dan te mogen huren is dan klein bier. Een faillissement komt de eigenaars vaak goed uit. Stel dat mijn zaak failliet gaat, dan ben ik mijn 100.000 euro drempelgeld en 300.000 aan investeringen in de verfraaiing kwijt.”

 

Gedragscode volstaat niet

 

Sinds 2015 is er wel een gedragscode die de Belgische Brouwers, drankenhandelaars en horecafederaties ondertekenden en die de wurgcontracten aan banden moest leggen. Het heeft de toestand verbeterd, want jaarlijks zijn er slechts een handvol geschillen”, volgens Krishan Maudgal, directeur van de vakvereniging van Belgische Brouwers. “Er zijn nog wel excessen, maar de meeste brouwers menen het goed. Als de regels gevolgd worden, werkt het systeem goed. Brouwers waren het afgelopen jaar gul met huurkortingen en nemen ook vervallen bier gratis terug. Als de overheid gaat ingrijpen, vrees ik dat er minder geïnvesteerd gaat worden. Het zou onze biercultuur kunnen doen afbladderen.”

 

Melissa Depraetere noemt de gedragscode alvast te vrijblijvend en wil alsnog een wet. Filip Jans wacht dit niet af en groepeert met een vzw alvast enkele cafés in hun strijd tegen de brouwerijen. Het gaat om een ongelijke strijd, maar ze willen alvast hun stem laten horen. “Met een systeem zoals bij een leasing van een wagen - waarbij je elke maand een beetje betaalt en eigenaar wordt - kan je ook op een eerlijke manier een zaak verwerven”, besluit Filip.

 

TAGS

0 Comments